deel 3 Zelfdoding en ongevallenverzekeringen

 Deel 3 zelfdoding, euthanasie en verzekeringen

 

Ben wou graag een kapitaal overlijden verzekeren dat aan zijn moeder uitgekeerd moest worden bij zijn overlijden. In het vorige deel werd de problematiek van de overlijdensverzekering behandeld. In dit deel wordt de impact van een (poging) tot zelfdoding en euthanasie op ongevallenverzekeringen behandeld.

Persoonlijke ongevallenverzekering

Begrip ongevallenverzekering

Een ongevallenverzekering is een verzekering waarbij de verzekeraar, tegen de betaling van een premie, zich ertoe verbindt de overeengekomen bedragen te betalen wanneer de verzekerde als gevolg van een ongeval wordt aangetast in zijn fysieke integriteit, hij een letsel oploopt of overlijdt ten gevolge van het ongeval.

De waarborgen van een persoonlijke ongevallenverzekering kunnen zijn:

  • Vergoeding van de medische kosten tot een bedrag vermeld in de polis.
  • Uitkering van een kapitaal in geval van een blijvende invaliditeit. Naar evenredigheid met het percentage van de blijvende invaliditeit wordt een percentage van het verzekerde kapitaal uitbetaald.
  • Uitkering van een kapitaal bij overlijden ten gevolge van het ongeval.
  • Uitkering van een dagvergoeding in geval van arbeidsongeschiktheid.

Begrip ongeval

Het begrip kan verschillen van verzekeraar tot verzekeraar.

Een ongeval wordt meestal omschreven als een ‘plotse gebeurtenis of een plotselinge abnormale en onvrijwillige gebeurtenis met een uitwendige oorzaak buiten de wil van de verzekerde’.

Euthanasie

Euthanasie kan niet als een ongeval beschouwd worden aangezien het gaat om een opzettelijke levensbeëindiging op verzoek van de verzekerde afhankelijk va de wil van de verzekerde. De ongevallenverzekeraar zal zijn waarborg niet verlenen bij overlijden ten gevolge van euthanasie.

Wat indien het slachtoffer euthanasie laat uitvoeren wegens ondraaglijk en uitzichtloos lijden na een verzekerd ongeval?

Indien dit overlijden plaatsvindt binnen de termijn vermeld in de voorwaarden van de polis, zal de verzekeraar wellicht moeten uitkeren aangezien hij niet weet dat het gaat om een overlijden door euthanasie. Niet iedereen deelt dit standpunt!

Zelfdoding

Een poging tot en zelfdoding wordt in alle ongevallenverzekeringen uitgesloten. De bewijslast rust bij de verzekeraar, hij moet dus aantonen dat het gaat om een (poging) tot zelfdoding.

 

Arbeidsongevallenverzekering

In de arbeidsongevallenwet is voorzien dat de verzekeraar zijn dekking mag weigeren indien de werknemer het arbeidsongeval opzettelijk heeft veroorzaakt. De verzekeraar die zijn tussenkomst wil weigeren moet aantonen dat de gebeurtenis die aanleiding gaf tot het overlijden opzettelijk werd veroorzaakt door het slachtoffer.

Zelfdoding – arbeidsongeval

Een arbeidsongeval is ‘elk ongeval dat de werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een letsel veroorzaakt’.

Het slachtoffer, of zijn rechthebbenden in geval van overlijden, moeten bewijzen dat het effectief gaat om een arbeidsongeval. Dit betekent dat men moet bewijzen dat er een plotse gebeurtenis plaatsvond, tijdens het werk en dat deze gebeurtenis het letsel veroorzaakte. Om deze bewijslast eenvoudiger te maken, staan er twee vermoedens in de wet, namelijk ten eerste dat ‘het ongeval overkomen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geacht wordt als overkomen door het feit van de uitvoering van die overeenkomst’ en ten tweede dat ‘wanneer de getroffene of zijn rechthebbende naast het bestaan van een letsel ook een plotselinge gebeurtenis aantonen, men vermoedt dat het letsel is veroorzaakt door deze gebeurtenis’.

De vereiste dat het ongeval zich moet voordoen door het feit van de uitoefening van de overeenkomst, wordt zeer ruim opgevat. Het volstaat dat een omstandigheid in de beroepssfeer de gebeurtenis (de zelfmoord) met de uitvoering van de overeenkomst in verband brengt.[1] Zo kan een zelfdoding het gevolg zijn pesterijen, agressie of stresserende arbeidsomstandigheden.

Het ongeval (de zelfdoding) moet buiten de wil van het slachtoffer plaatvinden. In het kader van arbeidsongevallen aanvaarden de rechters dat er enkel sprake is van opzet, en er dus geen tussenkomst is vanwege de arbeidsongevallenverzekeraar, wanneer het slachtoffer vrij en bewust handelde. Zo oordeelde het arbeidshof van Antwerpen dat een griffier die zichzelf in brand stak na een woelige vergadering dat hij handelde in een plotse vlaag van waanzin die het gevolg was van stress op het werk en de verzekeraar zijn dekking moest verlenen. [2]

 

De arbeidsongevallenverzekeraar die zijn dekking wil weigeren, moet een wettelijke vermoeden weerleggen. Hij kan bijvoorbeeld aantonen dat het slachtoffer bewust handelde (opzet) of dat er geen band is tussen de zelfdoding en het werk.

 

Zelfdoding na een arbeidsongeval

Indien de nabestaanden een oorzakelijk verband aantonen tussen het voorafgaande arbeidsongeval en de zelfdoding, kan de zelfdoding een verzekerd overlijden zijn. De zelfmoord van een postbode gepleegd na verschillende keren het slachtoffer te zijn geweest van agressie tijdens zijn ronde en van een gewapende overval in het postkantoor werd door de rechters beschouwd als een arbeidsongeval. De rechtbank kwam tot de conclusie dat de zelfdoding het gevolg was van het opgelopen letsel (de depressie).

 

 

 

[1] S. REMOUCHAMPS, http://www.hrworld.be/hrworld/arbeidsongeval-en-zelfmoord.html?LangType=2067 (geraadpleegd op 22 april 2016).

[2] http://www.hln.be/hln/nl/957/Binnenland/article/detail/1214996/2011/01/29/Poging-tot-zelfmoord-wordt-arbeidsongeval-door-stress.dhtml (geraadpleegd op 22 april 2016).

deel 2 Zelfdoding, euthanasie en levensverzekeringen

Ben wou graag een kapitaal overlijden verzekeren dat aan zijn moeder uitgekeerd moest worden bij zijn overlijden. De verschillende fasen vanaf het sluiten van een overlijdensverzekering tot de uitkering worden besproken en de impact van zelfdoding en euthanasie op de uitkering van het kapitaal overlijden.

 
Het sluiten van een levensverzekering
Segmentatiecriteria
Bij het sluiten van een levensverzekeringscontract, passen de verzekeringsmaatschappijen segmentatiecriteria toe. De bedoeling hiervan is het risicoprofiel van de klant te bepalen. Een verzekeraar baseert zich hiervoor op de resultaten van onderzoeken die een link leggen tussen het aantal schadegevallen en/of de ernst ervan en de kenmerken van een persoon (of een goed). Deze criteria worden gebruikt om een dossier te weigeren of te aanvaarden, maar ook om de premie en de verzekeringsvoorwaarden te bepalen.
Zo kan de verzekeraar in het kader van een levensverzekering rekening houden met:
– De leeftijd van de verzekerde (dit is persoon die we gaan verzekeren tegen overlijden).
– Rookt de verzekerde? De overlijdenskans van een roker tijdens de waarborg is groter.
– De beoefening van bepaalde sporten. Bijvoorbeeld alpinisme, gevechtssporten, … kunnen het risico op overlijden beïnvloeden.
– De gezondheidstoestand. Om de gezondheidstoestand te bepalen, vult de verzekerde een medische vragenlijst in. Afhankelijk van de leeftijd en de hoogte van het te verzekeren overlijdenskapitaal kunnen doktersverslagen en bijkomende medische onderzoeken gevraagd worden om alzo het risico nauwgezetter te kunnen inschatten.
– …

Het verzekeringsvoorstel
De medische vragenlijst

De medische vragenlijst moet ingevuld worden door de verzekerde.

Voorbeelden uit medische vragenlijsten:

e. Psychische aandoeningen: extreme vermoeidheid, overspannenheid, stress, angst, depressie, zelfmoordpoging, neurose, psychose, eetstoornis, genderproblematiek of een andere aandoening? ○ neen         ○ ja Welke aandoening of klacht? ……………………………………….

Welke behandeling? …………………………………………………….

Wanneer en duurtijd? ………………………………………………….

Huidige situatie/evolutie? ……………………………………………

 

4 a. Gebruikt u of heeft u geneesmiddelen gebruikt? Ja / nee Zo ja, welke, waarvoor, hoeveel, sinds wanneer?
  b. Gebruikt u deze geneesmiddelen nog steeds? Ja / nee Zo nee, sedert wanneer bent u gestopt?
5 a. Heeft u uw huisarts de laatste 5 jaar geraadpleegd? Ja / nee Zo ja, waarvoor, wanneer, wie?
  b. Bent u wel eens opgenomen in een ziekenhuis, sanatorium, psychiatrische inrichting of een andere verpleeginstelling of is er zo’n opname in de nabije toekomst te overwegen? Ja / nee Zo ja, waarvoor, wanneer, hoelang?

Het zal al snel duidelijk worden dat Ben niet aanvaard zal worden door de verzekeraar indien hij zijn medisch verleden correct meedeelt aan de verzekeraar. Wat de gevolgen kunnen zijn van valse verklaringen, licht ik verder toe.

Verklaringen van de verzekerde
Op het verzekeringsvoorstel vind je een aantal verklaringen (clausules) die de verzekerde moet ondertekenen. Onder andere een verklaring van goede trouw en een verklaring in verband met het bepalen van de doodsoorzaak.
Clausule goede trouw
De verzekerde verklaart volledig en waarheidsgetrouw geantwoord te hebben op alle vragen en op de hoogte te zijn dat het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk onjuist meedelen van gegevens waardoor de verzekeraar misleid wordt bij de beoordeling van het risico, de nietigheid van de overeenkomst als gevolg heeft (zie verder).
Clausule bepalen doodsoorzaak.
Door het ondertekenen van deze clausule geeft de verzekerde aan de verzekeraar de toelating om aan zijn behandelende arts een verklaring af te geven over de doodsoorzaak. Indien de verzekerde vooraf deze toelating niet geeft, kan de verzekeraar hierover geen informatie opvragen bij het overlijden van de verzekerde. Deze informatie zal belangrijk zijn in verband met de bewijslast van de verzekeraar (zie verder).
In de wet wordt er verwezen naar ‘de arts van de verzekerde’. Dit kan op verschillende artsen slaan. De arts die de verzekerde behandelde op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst, de behandelende arts tijdens de verzekeringsovereenkomst en de arts die het overlijden heeft vastgesteld, komen bij een ruime interpretatie van het begrip in aanmerking om de verklaring van de doodsoorzaak op te stellen.

Verzwijging bij het sluiten van de overeenkomst
Opzettelijke verzwijging
Wat betekent dit?
Ben zou bijvoorbeeld ‘nee’ kunnen antwoorden op de vragen naar gebruik van geneesmiddelen of eerdere opnames in een ziekenhuis.
De gevolgen van deze leugens zijn enorm, namelijk de verzekeraar kan de polis laten nietig verklaren (enkel de rechter kan een contract nietig verklaren). Nietigheid wil zeggen dat het contract nooit heeft bestaan. Het verzekerde kapitaal overlijden zal dus zeker niet worden uitgekeerd.

Bewijslast van de verzekeraar
De verzekeraar moet bewijzen dat het gaat om opzet.

Onopzettelijke verzwijging
In levensverzekeringen geldt het principe van de onbetwistbaarheid indien de verzekerde onopzettelijk iets vergeet mee te delen of indien hij onopzettelijk verkeerde informatie verschaft, met andere woorden indien de verzekerde ter goeder trouw is. Dit betekent dat de verzekeraar er zich niet meer op kan beroepen vanaf het ogenblik dat de overeenkomst in werking treedt.
In het contract kan echter vermeld worden dat deze onbetwistbaarheid uitgesteld wordt tot één jaar na het onderschrijven van de polis.
In de praktijk wordt deze onbetwistbaarheid uitgesteld indien er een aanvullend kapitaal overlijden is voorzien, wanneer er dus bij overlijden van de verzekerde meer wordt uitgekeerd dan de spaarreserve van de polis.
Deze situatie bespreek ik verder niet aangezien ze in de casus van Ben niet relevant is.

Overlijden ten gevolge van zelfdoding
Zelfdoding tijdens het eerste jaar na de inwerkingtreding van de polis
Het bewijs van de zelfdoding rust bij de verzekeraar. De verzekeraar kan bijvoorbeeld aantonen dat de verzekerde zich in bijzondere omstandigheden van het leven heeft beroofd die men slechts kan uitleggen als zelfdoding.
Indien de verzekeraar aan de behandelende arts een verklaring van doodsoorzaak vraagt, wat mag/moet de arts er op vermelden? Afhankelijk van de interpretatie van de wet, zal de verzekeraar wel of niet zelfmoord (of valse verklaringen) kunnen aantonen.
Bij de strikte interpretatie moet de arts zich beperken tot de onmiddellijke en/of rechtstreekse doodsoorzaak. Dit is de ziekte of het letsel dat uiteindelijk de dood heeft veroorzaakt, maar die het gevolg is van onderliggende oorzaken. Een hartinfarct, een hersenbloeding, een longontsteking, … zijn rechtstreekse oorzaken. De onderliggende aandoening kan bijvoorbeeld hiv zijn.
Bij de ruime interpretatie omvat de verklaring ook de vermelding van de originele oorzaak, men spreekt van de onderliggende of oorspronkelijke doodsoorzaak. Zo komt de verzekeraar te weten wanneer de eerste symptomen van de ziekte zich hebben gemanifesteerd. De onderliggende oorzaak kan ook een ongeval, vergiftiging, moord of zelfdoding zijn. De arts mag meedelen dat de verzekerde reeds een zelfmoordpoging achter de rug had, onder psychiatrische begeleiding was, of er een verband is met een vooraf bestaande gezondheidstoestand. In deze situatie zou een valse verklaringen van Ben onmiddellijk aan het licht komen!
Sommige verzekeraars vragen uitdrukkelijk toelating aan de verzekerde om de originele oorzaak op te vragen door bijvoorbeeld deze clausule te laten ondertekenen: ‘De verzekerde persoon geeft zijn/haar arts de toestemming om de adviserende arts van de verzekeringsonderneming een verklaring van doodsoorzaak af te geven, en in geval van overlijden door ziekte, de datum van de eerste symptomen mee te delen’.

Zelfdoding meer dan één jaar na de inwerkingtreding van de polis
In principe is er dekking voor een overlijden ten gevolge van zelfmoord wanneer deze plaatsvindt meer dan één jaar na de inwerkingtreding van de overlijdensverzekering.
Ook hier kan de verzekeraar een overlijdensattest opvragen aan de behandelende arts en kan wanneer de rechter aanvaardt dat de arts de onderliggende of de oorspronkelijke doodsoorzaak moet meedelen de valse verklaringen van Ben duidelijk worden. De polis kan nietig verklaard worden, de onbetwistbaarheid geldt immers alleen indien de verzekerde ter goeder trouw was!

Overlijden ten gevolge van euthanasie
Wanneer iemand overlijdt ten gevolge van euthanasie wordt deze persoon geacht een natuurlijke dood te zijn gestorven wat betreft de uitvoering van de overeenkomsten waarbij hij partij was. Let op: het moet gaan om euthanasie die gebeurt overeenkomstig de wet!
Wanneer de verzekerde dus overlijdt ten gevolge van euthanasie zal de verzekeraar het verzekerd kapitaal overlijden moeten uitkeren, ook indien deze gebeurt minder dan één jaar na de inwerkingtreding van de polis. De zelfmoordclausule werd niet uitgebreid tot het overlijden ten gevolge van euthanasie.
De kans dat iemand die ernstig ziek is een overlijdensverzekering kan afsluiten, is immers bijzonder klein.
Ook in deze situatie kan de verzekeraar valse verklaringen blijven inroepen!
De verzekeraar kan euthanasie uitsluiten in de polis, maar zal dit zeer moeilijk kunnen bewijzen aangezien het attest van doodsoorzaak zal vermelden dat het gaat om een natuurlijke dood. In de praktijk sluiten de verzekeraars euthanasie niet uit.

 

Besluit

De facto was het voor Ben onmogelijk een overlijdensverzekering af te sluiten zonder fraude te plegen.

Dag Ben, met een lach en een traan laten we je gaan. Goede reis.

Over zelfdoding, euthanasie en verzekeringen.

Goed 2 jaar geleden had ik een jongeman aan de lijn, ik noem hem Ben. Ben, een goedlachse jongen, sportief, aardig om te zien, verbaal sterk, echt iemand waarvan je denkt dat alles meezit.

Het telefoontje was een schok voor mij: Ben was levensmoe en bekommerd om zijn moeder die hij financieel niet onverzorgd wou achterlaten. ‘Ik wil een levensverzekering onderschrijven’ zei hij, want ik start een euthanasieprocedure.

Ben had al talrijke pogingen tot zelfdoding achter de rug, en er zouden er nog een aantal volgen.

Onlangs is Ben een natuurlijke dood gestorven. De juridische ‘do’s’ en ‘dont’s’ hadden we besproken, ik hoop dat ik hem dan toch op verzekeringsvlak heb kunnen helpen. Het resultaat van mijn opzoekingen ga ik in een aantal teksten gieten, te lezen op mijn blog.

Aansprakelijkheid van de ouders ….. en komt de verzekering tussen?

Wie is verzekerd in de polis BA-privéleven (familiale verzekering)?

De verzekeringnemer en de personen die bij hem inwonen zijn onder meer verzekerd. Inwonen betekent ‘feitelijk onder hetzelfde dak leven en ook deelnemen en geïntegreerd zijn in het familiaal leven van de verzekeringnemer’.
Kinderen die studeren en op kot ‘wonen’, blijven steeds verzekerd.

Hoe zit het in de situatie van (feitelijke) scheiding waarbij de kinderen beurtelings bij de ene en bij de andere ouder verblijven?
Wanneer de ouder waar het kind op dat ogenblik verblijft,  aansprakelijk is, zullen deze ouder en het minderjarig kind vanzelfsprekend verzekerd zijn in de familiale van deze ouder.
Indien de ouder echter aansprakelijk is voor de schade die zijn kind veroorzaakt wanneer het bij de andere ouder verblijft, moet je de polis nalezen.
De verzekeraar kan als voorwaarde voor de dekking eisen dat het kind onderhouden wordt, en wat ‘onderhouden’ betekent wordt niet door iedereen op dezelfde manier geïnterpreteerd. Vraag uitleg aan de je verzekeraar of je tussenpersoon bij twijfel!

De ouders van Pieter zullen dus zeker hun polis moeten nakijken!

Belangrijke opmerking: de verzekeraar zal een vrijstelling aanrekenen van ongeveer €250 indien hij materiële schade moet vergoeden. Een vrijstelling is een stukje van de schade dat de verzekerde zelf zal moeten betalen.

Is opzettelijk veroorzaakte schade gedekt?

Principieel niet, maar …
De meerderheid van de verzekeraars komen tussen voor opzettelijk veroorzaakt schade zolang de schadeveroorzaker geen 16 jaar is. Deze leeftijdsgrens kan echter ook liggen rond 7 à 8 jaar. Dit doet zich voor wanneer in de polis geen leeftijdsgrens staat vermeld!

De jongen van 8 die zich schuldig maakte aan grafschennis, zal dus bijna altijd verzekerd zijn.

stenengooiers

De aansprakelijkheid van de jonge stenengooiers die een man doodden, zal een ander verhaal worden aangezien de 2 vandalen respectievelijk 16 en 17 jaar waren.

In dergelijke omstandigheden blijft de aansprakelijkheid van de ouders wel gedekt, tenzij de verzekeraar het vermoeden van aansprakelijkheid van de ouders kan weerleggen.

De jongeren zelf zullen, wanneer ze meerderjarig zijn, mogelijk wel geconfronteerd worden met de financiële gevolgen van hun daden.

Verhaalsrecht

De verzekeraar zal zodra de jongere meerderjarig wordt, de uitbetaalde schadevergoedingen mogen verhalen op de jongere! Het maximum dat de verzekeraar kan verhalen bedraagt €31 000. Pijnlijk als je 18 wordt!

Opmerking: dit verhaalsrecht kan alleen uitgeoefend worden in geval van opzettelijk veroorzaakt schade. Wanneer de jongeren dronken of onder invloed van medicijnen of drugs schade veroorzaakt, is er geen verhaalsrecht.
Deze gevallen van ‘grove schuld’ worden door de verzekeraars over het algemeen vergoed zolang de dader minder dan 18 jaar is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid van de ouders.

 

202

 

Weerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid
Een belangrijke opmerking vooraf: de rechtspraak en de rechtsleer is het vaak niet eens over  de manier waarop het tegenbewijs geleverd moet worden. Je kan zelden met 100% zekerheid vooraf weten hoe de rechter zal oordelen!

Laten we even terugkeren naar de vandalen en naar Louise.
Het ging om minderjarige kinderen die schade veroorzaakten aan derden en een onrechtmatige daad hebben begaan. De ouders werden vermoed aansprakelijk te zijn.

Wat betekent dit ‘vermoeden van aansprakelijkheid’?
Heel eenvoudig: het slachtoffer moet geen fout aantonen in hoofde van de ouders om van hen vergoeding te eisen, een (objectief) onrechtmatige daad van het minderjarig kind volstaat.

Het vermoeden is gelukkig ‘weerlegbaar’.
Dit wil zeggen dat de ouders kunnen ontsnappen aan hun aansprakelijkheid indien ze kunnen aantonen dat zij hun kind goed hebben opgevoed en voldoende toezicht hebben uitgeoefend op hun kind.

Voldoende toezicht
Het element toezicht is steeds concreet voor te stellen: het gaat over het toezicht op het ogenblik van de schadeverwekkende gedraging. De leeftijd van het kind is zeer belangrijk om te oordelen of er voldoende toezicht was, maar ook het sociale milieu, de concrete omstandigheden, … spelen een rol. Hoe ouder het kind, hoe minder toezicht er uitgeoefend moet worden, tenzij het bijvoorbeeld om een probleemjongere gaat.

In de situatie waar het kind geen permanent toezicht hoeft, bijvoorbeeld wanneer het kind slaapt, moet het toezicht op redelijke wijze uitgeoefend worden. Er wordt niet verwacht dat je als ouder postvat naast het bed van je kind, of om de … tijd gaat kijken.

Indien het kind onder toezicht staat van een derde, hebben de ouders geen toezichtsverplichting meer wanneer de vervangende toezichthouder iemand is die toezicht kan houden. Wanneer het kind op school, in de sportclub…is, is het dus zeer eenvoudig voor de ouders om aantonen dat hun toezicht voldoende was. Een kind van 4 jaar toevertrouwen aan zijn broer van 6, is niet OK. Het toezicht is niet overgedragen aan een persoon die toezicht kan uitoefenen.

Wanneer ouders gescheiden leven, wordt het toezicht uitgeoefend door de ouder bij wie het kind op dat ogenblik is.

In de casus van de vandalen die grafzerken vernielen, zullen de ouders wellicht niet het tegenbewijs kunnen leveren van voldoende toezicht. In de situatie van Louise is de kans zeer reëel dat het tegenbewijs wordt aanvaard.

 

Goede opvoeding
Het element opvoeding is complex. Vaak is men in de rechtspraak streng voor de ouders.

Enkele voorbeelden
– Het kopen van een sportwagen voor hun 17-jarige zoon waarmee deze voorlopig niet mocht rijden, maar het toch deed en hierdoor een ongeval veroorzaakte, wordt als een fout in de opvoeding beschouwd
– Zo oordeelde de rechter: ‘Ofschoon de plicht van toezicht van de ouders van een 15-jarig kind zich niet meer uitstrekt tot een constante controle van zijn daden, toont het feit dat dit kind een motor – die bij een buur was verstopt – buiten hun medeweten heeft kunnen kopen en gebruiken, aan dat zijn ouders zich nog nauwelijks hebben beziggehouden met zijn vrijetijdsbesteding en te kort zijn geschoten in hun taak hem de regels bij te brengen die nodig zijn voor het bezitten van een dergelijk tuig. Dat wijst op zijn minst op een gebrek aan dialoog en wederzijds vertrouwen, wat geen geslaagde opvoeding uitdrukt’.
Ouders die zeggen ‘ik wil niet dat je omgaat met die jongen’, of ‘dat mag echt niet’,… en hun minderjarig kind laten begaan, leveren niet het vereiste tegenbewijs. Waarschuwen alleen volstaat niet!

Een ouder die niet omkijkt naar haar kind, kan moeilijk aantonen dat zij/hij het kind goed heeft opgevoed! Indien daarentegen een ouder het kind maar enkele dagen per maand ziet, gaat de rechter wel eens akkoord met de bewering van de ouder ‘ik krijg geen kans om bij te dragen in de opvoeding van het kind’.

Wat de ouders betreft van de vandalen, lijkt me geen tegenbewijs mogelijk van goede opvoeding, de ouders van Louise maken daarentegen veel kans.

Als slot nog een situatie die zich onlangs voordeed. Een vader helpt de jeugdbeweging tijdens een fuif, hij staat achter de toog. De instructies van de leiding waren duidelijk, zo mochten ze geen alcohol schenken aan de jongeren onder de 16 jaar. Om vergissingen te vermijden droegen deze een rode armband. Een vader voorziet zijn dochter van 15 jaar rijkelijk van (niet alcoholvrij) bier. Wanneer de dochter, intussen dronken, naar fietst en een verkeersongeval veroorzaakt, zal de vader zeker geen tegenbewijs kunnen leveren van een goede opvoeding.

 

Conclusie
De ouders kunnen proberen een dubbel tegenbewijs te leveren en hierdoor zich bevrijden van hun aansprakelijkheid.

 

Wordt vervolgd…
In het volgend bericht behandel ik
– de situatie waarin de schade opzettelijk wordt veroorzaakt door de minderjarige
– de situatie waarin het kind meerderjarig is en nog inwoont bij zijn ouder(s).

Het laatste bericht zal gaan over de tussenkomst van de verzekeraars in de verschillende casussen.

Aansprakelijkheid van de ouders. Louise, 12 jaar, laat de tablet van haar vriendinnetje vallen.

meisje met tablet

© Image courtesy of stockimages at FreeDigitalPhotos
Aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat de ouders vermoed worden aansprakelijk te zijn?
Een minderjarig kind veroorzaakt schade aan derden.
Het kind begaat een onrechtmatige daad Lees verder Aansprakelijkheid van de ouders. Louise, 12 jaar, laat de tablet van haar vriendinnetje vallen.

Aansprakelijkheid van de ouders. Reactie van Pieter (14j): “ik heb 2 mama’s en 2 papa’s”!

Artikel 1384,2 BW: De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.
Dit vermoeden van aansprakelijkheid wordt later besproken.

Wie is ‘vader, wie is ‘moeder’? Ten tijde van Napoleon (waar de oorsprong van dit artikel ligt) was dat duidelijk. De moeder was zij die het kind baarde, en de vader de echtgenoot op voorwaarde dat ze gehuwd waren. Dit vermoeden van vaderschap is nu nog steeds van toepassing (Meer over het bewijs van ouderschap vind je op www.mensenrecht.be/node/533). Aan meeouders, huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht,… dacht men helemaal niet. Art. 1384,1 BW is intussen niet aangepast! De rechtspraak en de rechtsleer zoekt creatief naar oplossingen, met als gevolg dat niet iedereen er altijd hetzelfde over denkt. Hieronder volgt een bespreking van verschillende vormen van ouderschap.

Begrip ouders
De begrippen ‘vader’ en ‘moeder’ kunnen meerdere betekenissen hebben.
Ofwel verwijzen ze naar het bestaan van een afstammingsband, ofwel duiden ze de personen aan die titularis zijn van het ouderlijke gezag of de personen die daadwerkelijk ook dat gezag uitoefenen. Het ouderlijk gezag wordt in de rechtspraak gebaseerd op de afstamming, ongeacht de wijze waarop deze is gevestigd (door afstamming of door adoptie). De afstamming geeft weer welke de bloedband is van iemand met zijn voorouders.
Er moet een onderscheid gemaakt worden  tussen biologische afstamming en artificiële (kunstmatige) afstamming. De kunstmatige afstamming wordt nergens geregeld, de afstamming wordt bewezen volgens de regels van het gemeen recht.
Voor gehuwden geldt het wettelijk vermoeden van vaderschap. Indien het koppel niet gehuwd is, zal de vader het kind kunnen erkennen. Voor de gevolgen van de afstamming kunnen de regels van de biologische afstamming wel in de mate van het mogelijke naar analogie worden toegepast.
bron: BENOIT, G. (ed.), De aansprakelijkheid van ouders en onderwijzers, Brugge, Die Keure 2007.

Volgende personen zijn dus geen vader of moeder in de zin van de wet: de zorgouder, de meeouder en de stiefouder.

Adoptieouders
Het vermoeden van aansprakelijkheid rust uitsluitend op de adoptieouders en niet meer op de wettelijke ouders. De afstammingsband met de adoptieouders ligt op dat ogenblik al vast. Door adoptie komt er immers een einde aan het ouderlijk gezag van de oorspronkelijke ouders en dit retroactief tot op het ogenblik waarop het verzoekschrift tot adoptie werd neergelegd. Dit heeft tot gevolg dat adoptieouders aansprakelijk kunnen worden gesteld zelfs indien de adoptie nog maar pas tot stand kwam. Een adoptieouder kan aldus aansprakelijk gesteld worden op grond van art. 1384,2 BW zelfs indien hij niet persoonlijk heeft ingestaan voor de opvoeding van het geadopteerde kind. Hij kan dan wel eenvoudig het tegenbewijs leveren van een fout in de opvoeding.

Indien een kind geadopteerd wordt door 2 vrouwen (of 2 mannen), dan worden beide als ouder beschouwd.

Meeouders
Indien een kind wordt geadopteerd door bijvoorbeeld 2 vrouwen, dan worden ze beschouwd als de personen die titularis zijn van het ouderlijk gezag, dus als ‘vader’ en ‘moeder’. Een ongehuwde moeder die samenwoont met haar vriendin is zelf duidelijk moeder. De vriendin moet het kind adopteren om ook als ouder beschouwd te worden, erkenning van het kind kan in deze situatie niet.

Ouders ontzet uit de ouderlijke macht
In de rechtsleer is men verdeeld over de vraag of op deze ouders nog steeds het vermoeden van aansprakelijkheid rust. De mogelijke standpunten zijn:
– De afstammingsband blijft bestaan zodat de ouders de hoedanigheid van ‘vader’ en ‘moeder’ behouden. Het feit dat de ouders het ouderlijk gezag niet kunnen uitoefenen, verandert niets aan het vermoeden van aansprakelijkheid dat op de ouders rust. Dit is ook de visie van het Hof van Cassatie.
– Er is geen vermoeden van aansprakelijkheid meer.
– De gevolgen van een gebrek aan opvoeding en toezicht strekken zich uit in de tijd zodat de ouders aansprakelijk blijven op grond van hun gebrekkige opvoeding en toezicht zolang hun kinderen minderjarig zijn.
– Tim Wuyts verdedigt nog een ander standpunt: Op ouders die niet meer bevoegd zijn om hun kind op te voeden of er toezicht op te houden, rust geen vermoeden van aansprakelijkheid meer. Dit belet niet dat zij toch nog aansprakelijk kunnen worden gesteld voor een onrechtmatige daad gepleegd door hun minderjarig kind, indien het slachtoffer een fout (bv in de voorbije opvoeding) die een causaal verband vertoont met de aangerichte schade in hoofde van de ontzette ouders kan aantonen.

Wat i.g.v. (feitelijke) scheiding?
Het feit dat de ouders niet meer samenleven, verandert niets aan hun aansprakelijkheid. Het echtpaar blijft vader en moeder en zij oefenen in principe samen het ouderlijk gezag uit. Zelfs indien een minderjarige op bevel van de jeugdrechter geplaatst is, blijft het vermoeden bestaan. Het gebrek aan samenleving is wel belangrijk bij het beoordelen van de factor voldoende toezicht, wanneer de minderjarige het schadeverwekkend feit pleegde op het ogenblik dat hij bij zijn andere ouder of een derde verbleef.

Voorbeeld: Een kind van 7 jaar is op bezoek bij zijn moeder. De vader heeft het hoederecht over het kind. De moeder laat toe dat haar kind met zijn fiets op het voetpad voor de deur rijdt. Door het venster ziet zij het kind, tegen de afspraken in, aan de andere kant van de straat rijden. De moeder loopt naar buiten en roept het kind toe naar de andere kant te komen. Zij wacht niet om te kijken. Het kind steekt over en wordt aangereden door een vrouw, die hierbij ten val komt. Het rijgedrag van het kind doet volgens de rechter vermoeden, dat de vader het kind onvoldoende besef van gevaar en verantwoordelijkheidszin heeft bijgebracht en dat hij zijn kind niet heeft geleerd voldoende gehoorzaamheid aan de dag te leggen. Het tegenbewijs wordt onvoldoende geleverd. Ook een gebrek aan toezicht werd weerhouden in hoofde van de moeder (Rb. Kortrijk 3 april 2001, R.W. 2004-05, 189).

Situatie van Pieter
De nieuwe partner van zijn vader en zijn moeder zijn geen ouders waarop het vermoeden van aansprakelijkheid rust!