Weerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid van de ouders.

 

202

 

Weerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid
Een belangrijke opmerking vooraf: de rechtspraak en de rechtsleer is het vaak niet eens over  de manier waarop het tegenbewijs geleverd moet worden. Je kan zelden met 100% zekerheid vooraf weten hoe de rechter zal oordelen!

Laten we even terugkeren naar de vandalen en naar Louise.
Het ging om minderjarige kinderen die schade veroorzaakten aan derden en een onrechtmatige daad hebben begaan. De ouders werden vermoed aansprakelijk te zijn.

Wat betekent dit ‘vermoeden van aansprakelijkheid’?
Heel eenvoudig: het slachtoffer moet geen fout aantonen in hoofde van de ouders om van hen vergoeding te eisen, een (objectief) onrechtmatige daad van het minderjarig kind volstaat.

Het vermoeden is gelukkig ‘weerlegbaar’.
Dit wil zeggen dat de ouders kunnen ontsnappen aan hun aansprakelijkheid indien ze kunnen aantonen dat zij hun kind goed hebben opgevoed en voldoende toezicht hebben uitgeoefend op hun kind.

Voldoende toezicht
Het element toezicht is steeds concreet voor te stellen: het gaat over het toezicht op het ogenblik van de schadeverwekkende gedraging. De leeftijd van het kind is zeer belangrijk om te oordelen of er voldoende toezicht was, maar ook het sociale milieu, de concrete omstandigheden, … spelen een rol. Hoe ouder het kind, hoe minder toezicht er uitgeoefend moet worden, tenzij het bijvoorbeeld om een probleemjongere gaat.

In de situatie waar het kind geen permanent toezicht hoeft, bijvoorbeeld wanneer het kind slaapt, moet het toezicht op redelijke wijze uitgeoefend worden. Er wordt niet verwacht dat je als ouder postvat naast het bed van je kind, of om de … tijd gaat kijken.

Indien het kind onder toezicht staat van een derde, hebben de ouders geen toezichtsverplichting meer wanneer de vervangende toezichthouder iemand is die toezicht kan houden. Wanneer het kind op school, in de sportclub…is, is het dus zeer eenvoudig voor de ouders om aantonen dat hun toezicht voldoende was. Een kind van 4 jaar toevertrouwen aan zijn broer van 6, is niet OK. Het toezicht is niet overgedragen aan een persoon die toezicht kan uitoefenen.

Wanneer ouders gescheiden leven, wordt het toezicht uitgeoefend door de ouder bij wie het kind op dat ogenblik is.

In de casus van de vandalen die grafzerken vernielen, zullen de ouders wellicht niet het tegenbewijs kunnen leveren van voldoende toezicht. In de situatie van Louise is de kans zeer reëel dat het tegenbewijs wordt aanvaard.

 

Goede opvoeding
Het element opvoeding is complex. Vaak is men in de rechtspraak streng voor de ouders.

Enkele voorbeelden
– Het kopen van een sportwagen voor hun 17-jarige zoon waarmee deze voorlopig niet mocht rijden, maar het toch deed en hierdoor een ongeval veroorzaakte, wordt als een fout in de opvoeding beschouwd
– Zo oordeelde de rechter: ‘Ofschoon de plicht van toezicht van de ouders van een 15-jarig kind zich niet meer uitstrekt tot een constante controle van zijn daden, toont het feit dat dit kind een motor – die bij een buur was verstopt – buiten hun medeweten heeft kunnen kopen en gebruiken, aan dat zijn ouders zich nog nauwelijks hebben beziggehouden met zijn vrijetijdsbesteding en te kort zijn geschoten in hun taak hem de regels bij te brengen die nodig zijn voor het bezitten van een dergelijk tuig. Dat wijst op zijn minst op een gebrek aan dialoog en wederzijds vertrouwen, wat geen geslaagde opvoeding uitdrukt’.
Ouders die zeggen ‘ik wil niet dat je omgaat met die jongen’, of ‘dat mag echt niet’,… en hun minderjarig kind laten begaan, leveren niet het vereiste tegenbewijs. Waarschuwen alleen volstaat niet!

Een ouder die niet omkijkt naar haar kind, kan moeilijk aantonen dat zij/hij het kind goed heeft opgevoed! Indien daarentegen een ouder het kind maar enkele dagen per maand ziet, gaat de rechter wel eens akkoord met de bewering van de ouder ‘ik krijg geen kans om bij te dragen in de opvoeding van het kind’.

Wat de ouders betreft van de vandalen, lijkt me geen tegenbewijs mogelijk van goede opvoeding, de ouders van Louise maken daarentegen veel kans.

Als slot nog een situatie die zich onlangs voordeed. Een vader helpt de jeugdbeweging tijdens een fuif, hij staat achter de toog. De instructies van de leiding waren duidelijk, zo mochten ze geen alcohol schenken aan de jongeren onder de 16 jaar. Om vergissingen te vermijden droegen deze een rode armband. Een vader voorziet zijn dochter van 15 jaar rijkelijk van (niet alcoholvrij) bier. Wanneer de dochter, intussen dronken, naar fietst en een verkeersongeval veroorzaakt, zal de vader zeker geen tegenbewijs kunnen leveren van een goede opvoeding.

 

Conclusie
De ouders kunnen proberen een dubbel tegenbewijs te leveren en hierdoor zich bevrijden van hun aansprakelijkheid.

 

Wordt vervolgd…
In het volgend bericht behandel ik
– de situatie waarin de schade opzettelijk wordt veroorzaakt door de minderjarige
– de situatie waarin het kind meerderjarig is en nog inwoont bij zijn ouder(s).

Het laatste bericht zal gaan over de tussenkomst van de verzekeraars in de verschillende casussen.

Aansprakelijkheid van de ouders. Louise, 12 jaar, laat de tablet van haar vriendinnetje vallen.

meisje met tablet

© Image courtesy of stockimages at FreeDigitalPhotos
Aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat de ouders vermoed worden aansprakelijk te zijn?
Een minderjarig kind veroorzaakt schade aan derden.
Het kind begaat een onrechtmatige daad Lees verder Aansprakelijkheid van de ouders. Louise, 12 jaar, laat de tablet van haar vriendinnetje vallen.

Aansprakelijkheid van de ouders. Reactie van Pieter (14j): “ik heb 2 mama’s en 2 papa’s”!

Artikel 1384,2 BW: De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.
Dit vermoeden van aansprakelijkheid wordt later besproken.

Wie is ‘vader, wie is ‘moeder’? Ten tijde van Napoleon (waar de oorsprong van dit artikel ligt) was dat duidelijk. De moeder was zij die het kind baarde, en de vader de echtgenoot op voorwaarde dat ze gehuwd waren. Dit vermoeden van vaderschap is nu nog steeds van toepassing (Meer over het bewijs van ouderschap vind je op www.mensenrecht.be/node/533). Aan meeouders, huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht,… dacht men helemaal niet. Art. 1384,1 BW is intussen niet aangepast! De rechtspraak en de rechtsleer zoekt creatief naar oplossingen, met als gevolg dat niet iedereen er altijd hetzelfde over denkt. Hieronder volgt een bespreking van verschillende vormen van ouderschap.

Begrip ouders
De begrippen ‘vader’ en ‘moeder’ kunnen meerdere betekenissen hebben.
Ofwel verwijzen ze naar het bestaan van een afstammingsband, ofwel duiden ze de personen aan die titularis zijn van het ouderlijke gezag of de personen die daadwerkelijk ook dat gezag uitoefenen. Het ouderlijk gezag wordt in de rechtspraak gebaseerd op de afstamming, ongeacht de wijze waarop deze is gevestigd (door afstamming of door adoptie). De afstamming geeft weer welke de bloedband is van iemand met zijn voorouders.
Er moet een onderscheid gemaakt worden  tussen biologische afstamming en artificiële (kunstmatige) afstamming. De kunstmatige afstamming wordt nergens geregeld, de afstamming wordt bewezen volgens de regels van het gemeen recht.
Voor gehuwden geldt het wettelijk vermoeden van vaderschap. Indien het koppel niet gehuwd is, zal de vader het kind kunnen erkennen. Voor de gevolgen van de afstamming kunnen de regels van de biologische afstamming wel in de mate van het mogelijke naar analogie worden toegepast.
bron: BENOIT, G. (ed.), De aansprakelijkheid van ouders en onderwijzers, Brugge, Die Keure 2007.

Volgende personen zijn dus geen vader of moeder in de zin van de wet: de zorgouder, de meeouder en de stiefouder.

Adoptieouders
Het vermoeden van aansprakelijkheid rust uitsluitend op de adoptieouders en niet meer op de wettelijke ouders. De afstammingsband met de adoptieouders ligt op dat ogenblik al vast. Door adoptie komt er immers een einde aan het ouderlijk gezag van de oorspronkelijke ouders en dit retroactief tot op het ogenblik waarop het verzoekschrift tot adoptie werd neergelegd. Dit heeft tot gevolg dat adoptieouders aansprakelijk kunnen worden gesteld zelfs indien de adoptie nog maar pas tot stand kwam. Een adoptieouder kan aldus aansprakelijk gesteld worden op grond van art. 1384,2 BW zelfs indien hij niet persoonlijk heeft ingestaan voor de opvoeding van het geadopteerde kind. Hij kan dan wel eenvoudig het tegenbewijs leveren van een fout in de opvoeding.

Indien een kind geadopteerd wordt door 2 vrouwen (of 2 mannen), dan worden beide als ouder beschouwd.

Meeouders
Indien een kind wordt geadopteerd door bijvoorbeeld 2 vrouwen, dan worden ze beschouwd als de personen die titularis zijn van het ouderlijk gezag, dus als ‘vader’ en ‘moeder’. Een ongehuwde moeder die samenwoont met haar vriendin is zelf duidelijk moeder. De vriendin moet het kind adopteren om ook als ouder beschouwd te worden, erkenning van het kind kan in deze situatie niet.

Ouders ontzet uit de ouderlijke macht
In de rechtsleer is men verdeeld over de vraag of op deze ouders nog steeds het vermoeden van aansprakelijkheid rust. De mogelijke standpunten zijn:
– De afstammingsband blijft bestaan zodat de ouders de hoedanigheid van ‘vader’ en ‘moeder’ behouden. Het feit dat de ouders het ouderlijk gezag niet kunnen uitoefenen, verandert niets aan het vermoeden van aansprakelijkheid dat op de ouders rust. Dit is ook de visie van het Hof van Cassatie.
– Er is geen vermoeden van aansprakelijkheid meer.
– De gevolgen van een gebrek aan opvoeding en toezicht strekken zich uit in de tijd zodat de ouders aansprakelijk blijven op grond van hun gebrekkige opvoeding en toezicht zolang hun kinderen minderjarig zijn.
– Tim Wuyts verdedigt nog een ander standpunt: Op ouders die niet meer bevoegd zijn om hun kind op te voeden of er toezicht op te houden, rust geen vermoeden van aansprakelijkheid meer. Dit belet niet dat zij toch nog aansprakelijk kunnen worden gesteld voor een onrechtmatige daad gepleegd door hun minderjarig kind, indien het slachtoffer een fout (bv in de voorbije opvoeding) die een causaal verband vertoont met de aangerichte schade in hoofde van de ontzette ouders kan aantonen.

Wat i.g.v. (feitelijke) scheiding?
Het feit dat de ouders niet meer samenleven, verandert niets aan hun aansprakelijkheid. Het echtpaar blijft vader en moeder en zij oefenen in principe samen het ouderlijk gezag uit. Zelfs indien een minderjarige op bevel van de jeugdrechter geplaatst is, blijft het vermoeden bestaan. Het gebrek aan samenleving is wel belangrijk bij het beoordelen van de factor voldoende toezicht, wanneer de minderjarige het schadeverwekkend feit pleegde op het ogenblik dat hij bij zijn andere ouder of een derde verbleef.

Voorbeeld: Een kind van 7 jaar is op bezoek bij zijn moeder. De vader heeft het hoederecht over het kind. De moeder laat toe dat haar kind met zijn fiets op het voetpad voor de deur rijdt. Door het venster ziet zij het kind, tegen de afspraken in, aan de andere kant van de straat rijden. De moeder loopt naar buiten en roept het kind toe naar de andere kant te komen. Zij wacht niet om te kijken. Het kind steekt over en wordt aangereden door een vrouw, die hierbij ten val komt. Het rijgedrag van het kind doet volgens de rechter vermoeden, dat de vader het kind onvoldoende besef van gevaar en verantwoordelijkheidszin heeft bijgebracht en dat hij zijn kind niet heeft geleerd voldoende gehoorzaamheid aan de dag te leggen. Het tegenbewijs wordt onvoldoende geleverd. Ook een gebrek aan toezicht werd weerhouden in hoofde van de moeder (Rb. Kortrijk 3 april 2001, R.W. 2004-05, 189).

Situatie van Pieter
De nieuwe partner van zijn vader en zijn moeder zijn geen ouders waarop het vermoeden van aansprakelijkheid rust!