Aansprakelijkheid van de ouders. Reactie van Pieter (14j): “ik heb 2 mama’s en 2 papa’s”!

Artikel 1384,2 BW: De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.
Dit vermoeden van aansprakelijkheid wordt later besproken.

Wie is ‘vader, wie is ‘moeder’? Ten tijde van Napoleon (waar de oorsprong van dit artikel ligt) was dat duidelijk. De moeder was zij die het kind baarde, en de vader de echtgenoot op voorwaarde dat ze gehuwd waren. Dit vermoeden van vaderschap is nu nog steeds van toepassing (Meer over het bewijs van ouderschap vind je op www.mensenrecht.be/node/533). Aan meeouders, huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht,… dacht men helemaal niet. Art. 1384,1 BW is intussen niet aangepast! De rechtspraak en de rechtsleer zoekt creatief naar oplossingen, met als gevolg dat niet iedereen er altijd hetzelfde over denkt. Hieronder volgt een bespreking van verschillende vormen van ouderschap.

Begrip ouders
De begrippen ‘vader’ en ‘moeder’ kunnen meerdere betekenissen hebben.
Ofwel verwijzen ze naar het bestaan van een afstammingsband, ofwel duiden ze de personen aan die titularis zijn van het ouderlijke gezag of de personen die daadwerkelijk ook dat gezag uitoefenen. Het ouderlijk gezag wordt in de rechtspraak gebaseerd op de afstamming, ongeacht de wijze waarop deze is gevestigd (door afstamming of door adoptie). De afstamming geeft weer welke de bloedband is van iemand met zijn voorouders.
Er moet een onderscheid gemaakt worden  tussen biologische afstamming en artificiële (kunstmatige) afstamming. De kunstmatige afstamming wordt nergens geregeld, de afstamming wordt bewezen volgens de regels van het gemeen recht.
Voor gehuwden geldt het wettelijk vermoeden van vaderschap. Indien het koppel niet gehuwd is, zal de vader het kind kunnen erkennen. Voor de gevolgen van de afstamming kunnen de regels van de biologische afstamming wel in de mate van het mogelijke naar analogie worden toegepast.
bron: BENOIT, G. (ed.), De aansprakelijkheid van ouders en onderwijzers, Brugge, Die Keure 2007.

Volgende personen zijn dus geen vader of moeder in de zin van de wet: de zorgouder, de meeouder en de stiefouder.

Adoptieouders
Het vermoeden van aansprakelijkheid rust uitsluitend op de adoptieouders en niet meer op de wettelijke ouders. De afstammingsband met de adoptieouders ligt op dat ogenblik al vast. Door adoptie komt er immers een einde aan het ouderlijk gezag van de oorspronkelijke ouders en dit retroactief tot op het ogenblik waarop het verzoekschrift tot adoptie werd neergelegd. Dit heeft tot gevolg dat adoptieouders aansprakelijk kunnen worden gesteld zelfs indien de adoptie nog maar pas tot stand kwam. Een adoptieouder kan aldus aansprakelijk gesteld worden op grond van art. 1384,2 BW zelfs indien hij niet persoonlijk heeft ingestaan voor de opvoeding van het geadopteerde kind. Hij kan dan wel eenvoudig het tegenbewijs leveren van een fout in de opvoeding.

Indien een kind geadopteerd wordt door 2 vrouwen (of 2 mannen), dan worden beide als ouder beschouwd.

Meeouders
Indien een kind wordt geadopteerd door bijvoorbeeld 2 vrouwen, dan worden ze beschouwd als de personen die titularis zijn van het ouderlijk gezag, dus als ‘vader’ en ‘moeder’. Een ongehuwde moeder die samenwoont met haar vriendin is zelf duidelijk moeder. De vriendin moet het kind adopteren om ook als ouder beschouwd te worden, erkenning van het kind kan in deze situatie niet.

Ouders ontzet uit de ouderlijke macht
In de rechtsleer is men verdeeld over de vraag of op deze ouders nog steeds het vermoeden van aansprakelijkheid rust. De mogelijke standpunten zijn:
– De afstammingsband blijft bestaan zodat de ouders de hoedanigheid van ‘vader’ en ‘moeder’ behouden. Het feit dat de ouders het ouderlijk gezag niet kunnen uitoefenen, verandert niets aan het vermoeden van aansprakelijkheid dat op de ouders rust. Dit is ook de visie van het Hof van Cassatie.
– Er is geen vermoeden van aansprakelijkheid meer.
– De gevolgen van een gebrek aan opvoeding en toezicht strekken zich uit in de tijd zodat de ouders aansprakelijk blijven op grond van hun gebrekkige opvoeding en toezicht zolang hun kinderen minderjarig zijn.
– Tim Wuyts verdedigt nog een ander standpunt: Op ouders die niet meer bevoegd zijn om hun kind op te voeden of er toezicht op te houden, rust geen vermoeden van aansprakelijkheid meer. Dit belet niet dat zij toch nog aansprakelijk kunnen worden gesteld voor een onrechtmatige daad gepleegd door hun minderjarig kind, indien het slachtoffer een fout (bv in de voorbije opvoeding) die een causaal verband vertoont met de aangerichte schade in hoofde van de ontzette ouders kan aantonen.

Wat i.g.v. (feitelijke) scheiding?
Het feit dat de ouders niet meer samenleven, verandert niets aan hun aansprakelijkheid. Het echtpaar blijft vader en moeder en zij oefenen in principe samen het ouderlijk gezag uit. Zelfs indien een minderjarige op bevel van de jeugdrechter geplaatst is, blijft het vermoeden bestaan. Het gebrek aan samenleving is wel belangrijk bij het beoordelen van de factor voldoende toezicht, wanneer de minderjarige het schadeverwekkend feit pleegde op het ogenblik dat hij bij zijn andere ouder of een derde verbleef.

Voorbeeld: Een kind van 7 jaar is op bezoek bij zijn moeder. De vader heeft het hoederecht over het kind. De moeder laat toe dat haar kind met zijn fiets op het voetpad voor de deur rijdt. Door het venster ziet zij het kind, tegen de afspraken in, aan de andere kant van de straat rijden. De moeder loopt naar buiten en roept het kind toe naar de andere kant te komen. Zij wacht niet om te kijken. Het kind steekt over en wordt aangereden door een vrouw, die hierbij ten val komt. Het rijgedrag van het kind doet volgens de rechter vermoeden, dat de vader het kind onvoldoende besef van gevaar en verantwoordelijkheidszin heeft bijgebracht en dat hij zijn kind niet heeft geleerd voldoende gehoorzaamheid aan de dag te leggen. Het tegenbewijs wordt onvoldoende geleverd. Ook een gebrek aan toezicht werd weerhouden in hoofde van de moeder (Rb. Kortrijk 3 april 2001, R.W. 2004-05, 189).

Situatie van Pieter
De nieuwe partner van zijn vader en zijn moeder zijn geen ouders waarop het vermoeden van aansprakelijkheid rust!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *