Tagarchief: Opvolgingsbureau voor de tarifering? Wet 4 april 2014

Recht om vergeten te worden – schuldsaldoverzekering.

Recent werd in de Wet van 4 april 2014 een recht om vergeten te worden ingevoerd voor ex-kankerpatiënten die een schuldsaldoverzekering wensen te sluiten.
Deze bepalingen zijn van toepassing op schuldsaldoverzekeringen gesloten vanaf 1 februari 2020 in het kader van een hypothecair of een beroepskrediet.

“Afdeling Ibis. – Recht om vergeten te worden.”.

Art. 61/1. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling van het kapitaal waarborgen :
a) van een hypothecair krediet zoals bedoeld in artikel 224;
b) van een beroepskrediet.”.
Art. 61/2. § 1. Personen die getroffen werden of worden door een kankeraandoening, ongeacht het type, en die een verzekering zoals bepaald in artikel 61/1 willen aangaan, moeten die aandoening melden aan hun verzekeraar overeenkomstig artikel 58.
Het is de verzekeringsonderneming echter verboden om bij het verstrijken van een termijn van tien jaar na het succesvol beëindigen van de behandeling en voor zover er geen herval plaatsvond binnen deze termijn, deze kankeraandoening in acht te nemen bij het bepalen van de huidige gezondheidstoestand, zoals vermeld in artikel 61.
Onder het succesvol beëindigen van de behandeling wordt begrepen de datum waarop de actieve behandeling van de kankeraandoening werd beëindigd, in afwezigheid van een nieuwe opstoot van kanker.
De verzekeringsonderneming mag deze kankeraandoening niet uitsluiten uit het verzekeringscontract of de verzekering weigeren omwille van deze kankeraandoening.
§ 2. De Koning kan de termijn, bedoeld in paragraaf 1 aanpassen, met name in functie van leeftijdscategorieën en/of het type van kankeraandoeningen.”.
enkel van toepassing op de schuldsaldoverzekering

 

10 j na succesvolle behandeling:

– geen rekening houden met ziekte om huidige gezondheidstoestand te bepalen

– overlijden tgv deze ziekte niet uitsluiten

– geen bijpremies aanrekenen.

 

 

 

De termijn van 10 jaar kan bij KB verkort worden voor bepaalde leeftijdscategorieën en/of bepaalde types kanker.

Art. 61/3. § 1. De Koning kan in een referentierooster een aantal types van kankeraandoeningen definiëren, waarvoor de termijn bedoeld in artikel 61/2, wordt verkort.
Het is de verzekeringsonderneming verboden om na deze verkorte termijn rekening te houden met deze aandoening bij het bepalen van de huidige gezondheidstoestand.
§ 2. De Koning kan eveneens in een referentierooster een aantal chronische ziektes definiëren waarvoor, desgevallend, gekoppeld aan de nadere regels :
1° de verzekeringsonderneming geen bijpremies mag aanrekenen, noch in een uitsluiting mag voorzien of de overeenkomst mag weigeren ten gevolge van deze aandoening;
2° de verzekeringsonderneming een bijpremie kan aanrekenen ten gevolge van deze aandoening, waarbij de Koning eveneens het niveau bepaalt waarop deze bijpremie medisch en verzekeringstechnisch verantwoord is.
§ 3. De Koning kan, op voorstel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg en na advies van het Opvolgingsbureau voor de tarifering bedoeld in artikel 217, het referentierooster aanpassen met bepaalde types van kankeraandoeningen, waarbij hij desgevallend de nadere regels bepaalt volgens dewelke de termijnen bedoeld in artikel 61/2, kunnen worden verkort.
§ 4. De Koning kan, op voorstel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg en na advies van het Opvolgingsbureau voor de tarifering bedoeld in artikel 217, het referentierooster eveneens aanpassen voor bepaalde chronische aandoeningen, en kan bepalen na welke termijnen en volgens welke nadere regels :
1° de verzekeringsonderneming geen bijpremies mag aanrekenen, noch in een uitsluiting mag voorzien of de overeenkomst mag weigeren ten gevolge van deze aandoening;
2° de verzekeringsonderneming een bijpremie kan aanrekenen ten gevolge van deze aandoening waarbij de Koning eveneens het niveau bepaalt waarop deze bijpremie medisch en verzekeringstechnisch verantwoord is.
§ 5. De nadere regels, de termijnen en het niveau van de bijpremie, als bedoeld in de paragrafen 1 tot 4, moeten medisch en verzekeringstechnisch objectief en redelijk verantwoord zijn op basis van wetenschappelijke gegevens.
§ 6. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg evalueert het referentierooster tweejaarlijks in functie van de medische vooruitgang en de beschikbare wetenschappelijke gegevens inzake de aandoeningen, bedoeld in de artikelen 61/2, § 1, en in paragraaf 2 van dit artikel. Het deelt zijn voorstel van aanpassing van het referentierooster mee aan het Opvolgingsbureau voor de tarifering, bedoeld in artikel 217. Dit laatste zendt het voorstel, vergezeld van zijn advies, door aan de minister bevoegd voor verzekeringen, evenals aan de minister bevoegd voor Sociale Zaken. De Koning kan, in voorkomend geval, het referentierooster aanpassen.”.
Bij KB in een referentierooster:

–  een aantal types van kanker definiëren waarvoor een kortere periode geldt;

 

– aantal chronische ziekten waarvoor geen bijpremies, geen uitsluiting mag worden voorzien.

 

 

 

Aanpassing van het referentierooster op voorstel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg en na advies van het Opvolgingsbureau voor de tarifering.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2- jaarlijkse evaluatie van het referentierooster door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg in functie van de medische vooruitgang.

Art. 61/4. Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken, worden de geschillen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deze afdeling door de meest gerede partij eerst voorgelegd aan het Opvolgingsbureau voor de tarifering bedoeld in artikel 217. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering geeft zijn advies binnen vijftien werkdagen vanaf de ontvangst van het volledige dossier. Op eenvoudig verzoek van het Bureau, zendt de verzekeringsonderneming haar dossier door. Geschillen ivm de toepassing van deze bepalingen worden voorgelegd aan Opvolgingsbureau voor de tarifering.
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de tiende maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad en is van toepassing op nieuwe overeenkomsten gesloten vanaf deze datum.
Elk uitvoeringsbesluit treedt in werking op de eerste dag van de tiende maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad en is van toepassing op nieuwe overeenkomsten gesloten vanaf deze datum.
In werking op 1 februari 2020 voor alle nieuwe verzekeringen.